Een spons volgezogen, uitgeknepen, droog gelegen,

zij ziet de rimpels in haar huid.

Haar blik hangt in verhalen van weleer.

Haar lichaam wilt niet meer.

Opgestoken haar, haar vel vervreemd van haar.

In haar hoofd zingt een lied, ze wil dansen,

maar haar heupen wiegen niet.

Zachtjes als de maan schijnt,

mist zij de stralen van de zon.

Ze telt de sterren en ziet het ochtendgloren,

de zon ziet ze niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *