Het was een ochtend aan zee.

Of was het een middag?

We zaten met iedereen

op het terras.

Of waren we met z’n twee?

We keken uit over het water.

De golven lagen bijna stil.

Was het in de zomer?

Of al wat later?

Het is alsof ik kijk door een vieze bril.

Alles is zo wazig

De plaatjes van toen

die er nu eigenlijk niet meer toedoen,

zijn verhalen verdwenen

in een zee van herinneringen.

Soms moet ik jou even lenen

om de juiste volgorde van een verhaal aan te houden.

Soms kan ik zelfs de tekst van een lied niet meer zingen.

De woorden zijn net als de plaatjes

vergeten,

ik kan ze niet meer onthouden.

Soms zoek ik zo maar in een laatje

en weet ik niet meer waarnaar ik zocht.

Soms groet ik iemand waarvan ik niet

meer weet wat ik bij hem kocht.

Flarden zijn soms mijn enige houvast.

Dan neig ik naar de stille warboel

die houdt me tenminste goed vast.

En dan komt de dag dat ik zwaai naar jou,

niet meer wetend dat ik van je hou.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *