Hij wandelde het veld op met een geweer in zijn hand.

Hij stond onschuldig in de linie zonder enig idee van waarom hij daar stond.

Hij zou zijn leven geven voor een gevecht dat niet van hem was in een vreemd land.

Hij wist niets van oorlog, maar stak zonder vrees het vuur in de lont.

Hij zou niet meer terugkeren, deze onbevreesde jongeman.

Hij wist nog weinig van zichzelf en van het leven en nog minder toen hij het verliet.

Hij hoorde schoten ver beneden en zag het verdriet.

Maar hij was er al voorbij, want hij hoorde hier niet.

Een zucht in een traan.

Ze rolt naar beneden vechtend voor haar bestaan.

Ze klampt zich vast aan verhalen van toen, ze mist zijn zoen.

Ze plenst op de grond of droogt stil op in een mouw.

Ze kent heel zijn lichaam, zijn denken  zijn hart en zijn mond.

Ergens borrelt nog zou het, zou…

Maar de traan is opgedroogd en

het verhaal gedoofd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *