Vreemd, hoe ze van me wegkijkt,

geen antwoord geeft op mijn vraag.

Mijn voelsprieten staan op scherp.

De situatie verlangt een actie van mij

of juist van haar, maar er gebeurt niets.

Zij kijkt weg op het moment dat ik haar aankijk.

Ik taai af, niet wetend hoe te handelen. 

Het gebeurt niet meer zo vaak

dat ik niet weet wat te doen.

Ik kijk en voel en ik bedenk

wat er wordt gedacht of verlangd.

Ik stem mij daar op af.

Het is een onbewust proces.

Ik ambieer de aanval.

Waar ik ooit begon als onschuldig doelwit,

klappen vangend zonder ze te zien aankomen

en overrompeld en niet begrijpend de situatie achterlatend

voordat ik wist dat het was begonnen,

kom ik niet meer op die plek.

Ik sta niet meer onvoorbereid en

naïef klaar midden in het zicht.

Ik sta met mijn hand geheven

en kijk als een havik gefocust

op mijn zogenaamde aanvaller.

En nu zijn beide manieren niet meer nodig.

Ik ben niet meer daar.

Toch gaan beide mechanismen aan

in situaties waar ik de uitkomst niet kan voorspellen.

Ze strijden in mij

en soms wint de één

en soms de ander.

Ik kijk vanaf de zijlijn toe.

Ik zou er iets mee moeten. Ik zou het onbewuste bewust bekwaam kunnen maken alvorens weer onbewust te laten zijn. Maar ik ben een beetje klaar met moeten. Het eeuwige gesleutel aan een machine dat het bijna doet. Ik merk het op, soms veroordeel ik het, soms sla ik mezelf op de borst, soms vergelijk ik het met hoe anderen het doen en soms maakt het mij onvolledig. Blijft het gevoel van zoeken naar een laatste stukje en dan….. ja en soms denk ik, en dan… wat dan…. zal het dan zoveel anders zijn dan het overgewaardeerde nu? Als ik met mijn vingers knip is het nu voorbij, ingehaald door een ander nu. Dat nu dat desalniettemin zal bestaan. Dus voor nu laat ik het en geniet van een rustig moment tevreden met mezelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *