Omdat ze het niet zag,

niet wist en nooit geweten had.

Ze dwaalde rond in schimmige gangen.

Ze baadde in onwetendheid,

ze zat in as meer nog dan een dode. 

Haar haren plakten aan haar wangen.

Niemand die haar ooit hulp had geboden, 

Of haar had verteld

over haar bange kinderjaren.

Dat ze niet beter wist.

Liefde en uitleg had gemist. 

Ze zag niet wat zij zagen,

hoorde een ander geluid.

Bibberde als zij warm onder dekens lagen.

Koud, angstig en alleen onder de kale bomen.

Ze huiverde in afwachting van wat ging komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *