“Waar wacht je op?”, vroeg ze. “Tot ik kan vliegen”, zei hij. “Dat kun je nu niet en dat zal nooit gebeuren”, zei zij. “Hij keek haar aan en zei:”Ik heb het al gedroomd. Ooit kan ik het.” Ze glimlachte en schudde haar hoofd. Hij liep vol goede moed naast haar op wolken van hoop. Ze bestreken zijn pad. Als hij liep, was het net alsof hij vloog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *