Ik zag haar steeds met een soort van badmuts op. Ze droeg sportkleding en ik vond haar eng mager. Door die muts sloeg ik aan het verhalen.

Mijn man weet dat ik dat doe en verwondert zich soms hoe ik aan al die verhalen kom. Het gaat vanzelf. Ik vul in en ga verder. Bij haar was mijn verhaal verdrietig. Ze was waarschijnlijk herstellende van kanker, die muts droeg ze omdat ze geen haar had natuurlijk. Ze trainde om weer op sterkte te komen. En omdat ik haar altijd alleen zag met haar hond, was ze in mijn verhaal haar strijd alleen aan het houden, met haar hond.

Totdat ik haar vanmorgen tijdens het wandelen tegenkwam. Een volle haarbos danste er vrolijk op los. Ze had gewone kleding aan i.p.v. haar sportkleding en zag er daardoor niet meer heel mager uit. Ze was aan het dollen met haar hond met rode blosjes op haar wangen.

Het schoot door mij heen dat ze geen kanker heeft, die badmuts had me op een ander spoor gezet. Ik was opgelucht en knikte vriendelijk.

Geef mij een hand, golf van verstand.

Spoel mij leeg met al het water van de zee.

Geef mijn voeten het natte zand zodat ik loop op wat de zee mij geeft.

Geef mij lucht als ik adem in mijn gedachten. Laat de buitenlucht mij bevrijden van de ingemaakte brei in de dichte kronkels van mijn brein . Geef mijn adem de gulzige lucht van het lachen.

Ongebreideld in armen van lucht en water, geef mij de grond onder mijn voeten. Neergeslagen door regen en opgedroogd in zonnestralen. Geef mij wat ik niet kan vatten, niet kan bezitten, niet kan halen uit de krochten van mijn denken. Geef om mij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *