Bladeren badend in de hete zon glimmen

als opgepoetste meloenen die op de markt

naast de druiven liggen.

Het zand op het pad dat met schelpen bezaaid ligt,

wroet zich tussen de spleetjes van haar sandalen en

weet zich daar tot het einde van een zonovergoten dag.

Zweetdruppeltjes parelen over haar voorhoofd

als ze haar voeten knarsend neerzet op het pad

richting het dorp.

De bladeren opzij duwend en

haar voorhoofd deppend met een klein kanten zakdoek.

Ze houdt haar hoofd iets schuin,

zet dan haar kleine slanke voet

op een trede van een oud vervallen stenen trap.

Ze grijpt nog naar het glanzende blad,

Als ze haar voet onder haar vandaan voelt glijden.

Ze valt gracieus met haar armen gestrekt voor haar uit

van de trap, over haar jurk van prachtig roze zijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *