Al een paar weken ben ik gespannen. Na het besluit om toch de vaccinatie te nemen, vanwege de gemoedsrust van mijn kinderen en de angst dat mijn immuunsysteem mij niet op tijd en alleen uit een ziekte kan helpen. Ook het feit dat ik in het onderwijs werk en ik niet weet wat straks de voorwaarden zijn en dat mijn kinderen naar Spanje gaan voor een aantal weken/maanden en ik hen daar wil bezoeken, wanneer ik dat wil.

Dus eigenlijk geen keuze voor mijn gevoel, maar moeten. Daar zit mijn spanning, kwam ik vanmorgen achter. Mijn nek en schouders zijn continu gespannen en het doet zeer. Maar ik heb geen controle over mijn lichaam.

Een ander kan misschien met meditatie of ontspanningsmiddelen of gewoon met een andere mindset of wilskracht de spanning weghalen, ik kan dat niet. Ik houd me verre van nieuws en andere verhalen, ze maken mij alleen maar in de war. Waar ik mee strijd, heeft niets met nu te maken, weet ik nu.

Bart is degene die mij uit een vicieuze cirkel van spanning kan halen. Ik ben zo ver in mijn gespannenheid verzonken, dat er geen gedachten meer zijn. Ik dwaal rond in de mist en de pijn. Hij weet de juiste snaar te raken met een paar rake vragen.

Is het de prik? De keuze of het moeten? En ‘pang’ hij is binnen. Levensgroot staat het ‘moeten’ voor me. Het brengt me in één ademteug terug naar het moeten van toen.

Ik was zes en had geen stem. Ik had een jaar alleen bij mijn vader gewoond, nadat ze waren gescheiden. Mijn zusje leefde al bij mijn moeder. En ineens was daar ‘het naar haar toe moeten’. Ik mocht niet langer meer bij mijn vader wonen. Ik voelde me intens verscheurd. Ik had geen keuze, ik moest.

Daarna waren er lange, bange jaren. Mijn vader zag ik niet of heel soms. Vanaf dat moment is mijn antipathie tegen het moeten geboren, weet ik nu. Mijn zusje zegt het al mijn hele leven, “Zeg niet tegen Linda dat ze iets moet, want dat steigert ze”. En dat is waar. Maar ik was me tot vandaag niet bewust waarom dat zo was.

Er viel een last van me af. Het borrelde al sinds de woorden van een vriendin een paar dagen geleden:” Je mag jezelf toestaan om het niet te willen.” Maar alleen kom ik er dan niet uit.

Ik heb iemand nodig die de ui met me pelt en me weer tot mezelf brengt. Ik ben niet mijn spanning. Ik weet nu dat de hele prik me minder doet dan het feit dat ik voel dat het moet. 

Op dit moment voel ik opluchting. Mijn wortel van het tegen-het-moeten-gevoel heb ik gevonden. Ik heb het eruit gehuild. En toen ik tegen Bart aankroop en ik in mezelf de vraag ‘Waar was je toen? Toen ik iemand nodig had als jij?’ bleef herhalen, moest ik glimlachen. 

Ik keek met betraande ogen naar hem op en vertelde wat ik dacht. “Maar jij was toen vier, dus je kon me toen niet geven wat ik nodig had, je was twee jaar jonger dan ik.” Ik legde mijn hoofd weer op zijn borst. Ik plantte een zacht roze roos op de plek waar ik afscheid nam van mijn vader en ik uit mijn leven werd getrokken. Ik keek er met liefde naar en nestelde me in de armen van mijn man. Op dat punt hoef ik nooit meer te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *